Basisschooltijd: tussen 6 en 12

Een schoolkind leert schrijven, lezen, rekenen, sporten, een muziekinstrument bespelen en nog veel meer. Het kind ontwikkelt zich volop en is leergierig. Vertrouwen in het eigen kunnen is belangrijk in deze fase. Dat ontstaat wanneer het kind aangemoedigd en positief bekrachtigd wordt. Het fantasiespel maakt steeds meer plaats voor de realiteit. In deze fase trekken meisjes vooral naar meisjes toe om mee te spelen en jongens naar jongens. Leeftijdsgenoten zijn in deze fase erg belangrijk. Echte vriendschappen worden in deze periode gesloten. Sommige kinderen kunnen rond hun elfde, twaalfde jaar al in de puberteit komen.

Kenmerkende opvoedingsvragen zijn: mijn kind wordt gepest, is somber, slaapt slecht, heeft faalangst, heeft weinig zelfvertrouwen, kan zich niet goed concentreren, is brutaal, heeft een kort lontje, maakte veel ruzie met andere kinderen, durft niet op andere kinderen af te stappen, toont weinig initiatief, pest andere kinderen, is angstig, kan niet tegen zijn verlies.