Kleutertijd: tussen 4 en 6

In deze levensfase gaan kinderen voor het eerst naar school en leren daar vele nieuwe vaardigheden aan zoals samen spelen en samen delen. Ze krijgen vriendjes en vriendinnetjes en leren het verschil tussen jongens en meisjes. Kinderen in deze levensfase hebben over het algemeen genomen veel fantasie en verwerken hun angsten en emoties veelal in fantasiespel. Het kind leert zelfstandig activiteiten te ondernemen en taakjes verrichten, zoals bijvoorbeeld aan- en uitkleden. Op deze leeftijd ontwikkelt het kind steeds meer een geweten, het verschil tussen goed en fout en lief en stout. Het overziet echter nog niet altijd de reden waarom iets goed of fout is en experimenteert hiermee.

Kenmerkende opvoedingsvragen zijn: mijn kind wil ’s avonds niet gaan slapen omdat hij bang is, eet geen groente, wil niet naar school, is erg verlegen, speelt niet met andere kinderen samen, komt niet voor zichzelf op, is jaloers op zijn broertje/zusje, heeft last van driftige buien, wordt snel boos, schopt en slaat andere kinderen, gehoorzaamt slecht, is erg druk, kan zichzelf niet vermaken, moet snel huilen.