Puberteit: tussen 12 en 16

De seksuele rijping wordt ingezet, de kindertijd loopt ten einde. Het lichaam groeit snel en het leven lijkt soms op zijn kop te staan. De adolescent houdt zich bezig met allerlei vragen als wie ben ik en wie wil ik zijn. Het is zoeken naar een juist evenwicht en dit kan verwarrend zijn. Onzekerheid en zekerheid wisselen elkaar af. Adolescenten hebben de neiging zich te verzetten tegen hun ouders en vriendschappen worden steeds belangrijker. De adolescent ontwikkelt een eigen identiteit.

Kenmerkende opvoedingsvragen zijn: mijn kind heeft een eetprobleem, is faalangstig, heeft een passieve houding, heeft moeite met plannen en organiseren, is brutaal, zit alleen maar achter de computer, slaapt slecht, is onzeker, heeft een negatief zelfbeeld, is grenzeloos, is te dik, wordt gepest, piekert veel, heeft moeite met het maken en onderhouden van contacten, is minder zelfstandig,