Wat is cognitief functioneren?

Je cognitief functioneren zegt iets over de mate waarin jij de wereld om je heen begrijpt. Het geeft aan of jij je gemakkelijk aanpast aan verschillende, onbekende situaties en over welke vaardigheden jij beschikt om dit te doen. Vaak wordt je cognitief functioneren ook wel intelligentie genoemd. Er zijn verschillende cognitieve functies waardoor jij kan leren en ontwikkelen: plannen, aandacht en concentratie, geheugen, handelen, denken en problemen oplossen. Wanneer dit heel moeilijk voor je is, is het mogelijk dat je een cognitieve beperking hebt.

Kenmerken
Een cognitieve beperking kan genetisch aangelegd zijn, door:

  • Laagbegaafdheid (lager IQ)
  • Hoogbegaafdheid (bijzonder hoog IQ)
  • Disharmonisch intelligentieprofiel (dan zijn de onderdelen van je intelligentie sterk uit balans)

Een cognitief probleem kan ook te maken hebben met specifieke problemen die horen bij dyslexie, AD(H)D of autisme.

Impact
Een cognitieve beperking is van invloed op jouw algehele functioneren. Vaak vallen de problemen op school als eerste op, bijvoorbeeld omdat je moeite hebt mee te komen in de klas. Kinderen met laagbegaafdheid hebben vaak te maken met overvraging waarbij er teveel van hen verwacht wordt, waar kinderen met hoogbegaafdheid vaak ondervraagd worden en daarmee uitdagingen missen in hun ontwikkeling. In beide gevallen kunnen er emotionele, sociale en gedragsproblemen ontstaan.

Waar kunnen wij je mee helpen?
Bij de OpgroeiPraktijk kunnen we het cognitief functioneren onderzoeken en in kaart brengen. Dit doen we met behulp van (neuro)psychologisch testonderzoek. Op basis hiervan kunnen we adviseren wat de beste aanpak is om beter te functioneren op school of minder last te hebben van de cognitieve beperking. In onze behandeling, training en begeleiding van jou en je omgeving richten wij ons voornamelijk op jouw sterke kanten en de dingen waar jij talent voor hebt.

Tips (voor ouders)

  • Stimuleer de taalontwikkeling van je kind door veel tegen hem/haar te praten, benoem wat ze zien, wat ze aan het doen zijn en wat ze meemaken.
  • Lees samen een boek en laat je kind zelf benoemen wat hij ziet of leest.
  • Speel regelmatig samen een spelletje en laat je kind benoemen wat er gebeurt in het spel.
  • Neem je kind serieus en geef hem/haar de ruimte om eigen gedachten en ideeën zelfstandig te verwoorden.
  • Zorg voor cognitief uitdagend materiaal zoals technisch speelgoed, informatieve boekjes, knutselspullen of computerspellen.